NL |  FR |  EN
Pers |  Nieuwsbrief |  Campagne |  Bedankt |  Contact
Error showing flash-object.

In de winter 

In het winterseizoen legt men de basis voor de teelt van hardfruit, denk maar aan snoeien, bomen planten enz. De fruitafzet is voor veel telers eveneens de activiteit in de winter, want fruit wordt veelal opgeslagen in koelhuizen en in de loop van het seizoen verkocht. Snoeien is zeer belangrijk en wordt gedaan door vakmensen. De snoei is eigenlijk het verwijderen van overtollig of afgedragen hout wat geen of slechte vruchten levert in de herfst. De winter is ook de beste periode voor het planten van de jonge bomen. Zo kunnen de bomen in de lente meteen beginnen te groeien. In de winter worden de percelen geschikt gemaakt voor beregening tegen nachtvorst (sproeiers zetten en buizen leggen in de grond) en wordt de drainage (ontwatering) nog eens onder de loep genomen. De aardbeiteler gaat met vliesdoek zijn planten beschermen tegen vorst, en indien hij een teelt voorziet met frigoplanten moeten die nu gerooid en in een koelcel gezet worden. Rode bessen, stekelbessen, frambozen worden gesnoeid en de topscheut wordt aan een bamboestok gebonden.

In de lente 

De teler heeft in het voorjaar de zorg voor het vorstvrij houden van zijn percelen omdat in sommige jaren tijdens nachtvorst er veel schade aan bloesems ontstaat. Vroeger deed men dit met vuurpotten. Nu gebruikt men nachtvorstberegening of warmtebronnen of windmolens. Voor beregening is veel en geschikt water nodig, dat men uit een waterloop of een bassin oppompt. Dit water wordt met een constante hoeveelheid over de bomen of de planten gesproeid, dat water bevriest en de bloesem wordt beschermd door een ijslaagje. Men moet beginnen bij 0° en blijven doorgaan totdat alle ijs weggesmolten is, valt het water ineens weg dan zullen de bloesem bevriezen. Een 2de mogelijkheid voor nachtvorstbestrijding is een Frostbuster: een warmtekanon achter een trekker die de hele tijd dat het vriest in de aanplanting rondrijdt. Voor alle fruittelers is de lente de periode dat men zeer alert moet zijn voor plagen en ziekten, en op de gepaste momenten teeltmaatregelen moet nemen. Er worden tijdens de bloei bijenvolken in de aanplantingen geplaatst die moeten zorgen voor de bestuiving van de bloesems.

Pas geplante bomen moet men aanbinden en de takken uitbuigen. Het strooien van kunstmest en soms wortelsnoeien (mechanische groeibeheersing) zijn de andere belangrijke werkzaamheden. Er wordt trouwens ook bemesting gegeven via het spuiten van bladvoeding. Ook nu is de afzet aan de orde omdat bij het openen van de koelcellen over het hele seizoen deze werkzaamheden terugkomen. Bij het begin van de lente zetten de telers die aardbeien telen in plastic tunnels, bijen of hommelvolken in de tunnels voor de bestuiving. Bij warm weer worden de tunnels opengezet om te verluchten. De eerste aardbeien van tunnelteelt worden geplukt begin mei, de eerste serreaardbeien reeds vanaf april. Bij de vollegrond aardbeien wordt er stro tussen de rijen gelegd om de vruchten te beschermen tegen opspattende regen. Bij de bessen worden nu de nieuwe planten geplant, verwijdert de teler de grondscheuten en plaatst hij steunpalen en draden. De meeste moderne telers van houtig kleinfruit kiezen voor beschermde teelt, de beschermende regenkappen worden ook in het voorjaar geplaatst.


In de zomer 

Vanaf het ogenblik dat de aardbeien onder tunnels geplukt zijn gaat de teler de folie en de tunnels opruimen en op het einde van de zomer worden de planten geplant voor het volgende seizoen. De pluk van aardbeien loopt de hele zomer door. De verschillende teeltsystemen en verschillende rassen zorgen voor een oogstspreiding: in verwarmde serres plukt men 6 tot 10 weken vroeger, in plastic tunnels 3 tot 5 weken. Men kent ook de oogstverlating, hiervoor wordt gebruik gemaakt van gekoelde planten. De planten worden opgekweekt in potten en vanaf december in een koelcel bewaard bij –0.5°. Vanaf midden april tot eind juni worden ze uit de koelcel gehaald en in de velden geplant, +/- 60 dagen later kan men oogsten. Einde augustus gaat men reeds de aardbeien planten voor de volleveld –oogst van volgende jaar. Tussendoor moeten, in sommige teeltsystemen, ook de ranken van de aardbeistruiken verwijderd worden.
Kersen plukken we van midden juni tot einde juli.
Ook alle zachtfruitsoorten zoals rode en witte bessen, bramen frambozen worden nu geplukt en op de markt gebracht. Men gaat bij droogte of beregenen of bevloeien teneinde voldoende dikke vruchten te kunnen oogsten, zowel bij zachtfruit als voor hardfruit. In de boomgaarden moet men maaien, spuiten en vruchten uitdunnen van bomen met teveel vruchten (anders te kleine appeltjes en peren). De laatste koelcellen met fruit van de vorige oogst worden gesorteerd verpakt en verkocht. Tijdens deze maand gaat men ook  zomersnoeien. Dit is een belichtingssnoei om veel licht in de bomen en struiken te krijgen gericht op de kleur en maat van de vruchten en het belichten van de knoppen voor het volgende jaar. Als er afgelopen winter of in het voorjaar jonge bomen werden geplant, moet men in augustus scheuten met roofmijten knippen in een oudere boomgaard en in de nieuwe bomen uitleggen. Er wordt d.m.v. vruchtanalyse gekeken wanneer de correcte plukdatum van de verschillende variëteiten is en hoe we de appels en peren zullen moeten bewaren.


In de herfst 

Vanaf augustus is de hardfruitteler met de oogst bezig, die begint met de appelrassen als: Delbare, James Grieve en Belgica. Dan volgen de herfstrassen van de peren zoals Durondeau, Triomphe de Vienne, enz. dan de Conférence peren. Elke variëteit heeft zijn bepaald pluktijdstip. De laatste appelrassen die geoogst worden in oktober of november zijn Jonagold, Greenstar en Braeburn. De pluk is voor de meeste telers een hele leuke maar ook een bijzonder drukke tijd. Een gemiddeld bedrijf van 15 hectare zal met 20 plukkers de oogst binnen de bepaalde tijd kunnen binnenhalen, maar weersomstandigheden kunnen soms roet in het eten gooien. Een gemiddelde plukker "plukt"150 tot 200 kg. fruit per uur, en zou op een werkdag van 8 uur op maximaal 1600 kg. uitkomen. De telers tellen de vruchten van enkele bomen, vermenigvuldigen die kilo’s met het totale aantal bomen dat ze op hun bedrijf hebben en bepalen zo hoeveel plukkrachten ze nodig hebben. Veel telers gebruiken pluktreintjes of een pluk -o -trac, anderen plaatsen de paloksen (voorraadkisten van 400 kg appels of 500 kg peren) los in de rij. De vruchten worden geplukt in plukkorven die geledigd worden in de paloksen. Plukken moet nauwkeurig gebeuren zodat de vruchten niet beschadigd worden. Belangrijk is dat rassen voor de lange bewaring op tijd geplukt en in de koelcellen staan, want de consument eist een harde vrucht die in de fruitschaal goed bewaart.

Tijdens de oogst werkt men veelal met seizoenarbeiders die veelal gedurende de maanden september en oktober bij de hardfruittelers in dienst zijn. Tegenwoordig biedt de overheid de mogelijkheid om mensen van binnen de Europese gemeenschap te laten helpen in de fruitpluk tegen een tarief dat voor beide partijen aantrekkelijk is. Telers regelen tegenwoordig vaak zelf onderdak, of zetten een busje in om de mensen op te halen en weer af te zetten op hun adres. Door de goedlopende Belgische economie zijn minder mensen dan vroeger te vinden voor de fruitpluk in onze boomgaarden. Huisvrouwen, studenten en gepensioneerden waren tot nu toe voldoende te "werven" voor de pluk. Plukkers uit de nieuwe Oost Europese lidstaten zijn voor de Belgische tuinbouw een uitkomst.

De aardbei- en zachtfruittelers maken hun planten klaar voor het volgende seizoen. Het verwijderen van de uitlopers of ranken bij de aardbeien is hierbij de intensiefste bezigheid.